Flow wordt tegenwoordig steeds vaker genoemd in combinatie met optimaal performen. Wat houdt flow voor jou in? 

Dat is dat een paar keer in een jaar gevoel, waar je uiteindelijk naar streeft. Dat is de ultieme wortel die wordt voorgehouden, dat is waarom we dit doen. Ik denk dat heel veel momenten waarop je daarvoor gaat, er op lijken. Maar op echt zo’n moment, ben je echt dankbaar dat je dat doet, dat je daar bent, en dat je leeft. Dat is een hele spirituele ervaring soms. 
Je weet hoe moeilijk het is, hoeveel uren het kost om iets te kunnen. Het is geen exacte wetenschap, maar het is iets wat je ontwikkelt. 
Tegen mijn leerlingen zeg ik ook, het is een levenswerk waarvan je nu contouren op papier zet en die je in je leven inkleurt. Dat is waar het over gaat. Along the way heb je veel van die momenten dat je blij bent dat je dat allemaal in aan het kleuren bent. 
 

Vanuit flow ontstaan vaak peak-performances. Hoe ervaar jij dit? 

Bij muziek is dit niet te meten. En ook de ervaring van mensen is niet te meten. Je kan hooguit vragen wat je ervan vond. Ik kan wel over mijn eigen performance zeggen dat ik heel goed heb gespeeld, heel goed heb gepiekt. Zonder dat het perse heeft geleid tot een moment van samen pieken. Het is wel echt zo dat het een team effort is. Je peakt alleen als de omstandigheden extern ook echt peaken. 
En pieken blijft wel relatief. Als ik één noot speel die dan helemaal perfect valt, dan is het gewoon een goed idee op dat moment wat goed samenvalt. 
Voorwaarde om tot een peakperformance te komen is ‘it is what it is’. Je moet accepteren wat de omstandigheden zijn. Dit is wat er vandaag op zit. De acceptatie maakt dat je rustig wordt. En van daaruit ontstaat de muziek. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk. Het is heel moeilijk om daar te komen. 
 

Welke mentale vaardigheden zijn hierbij van belang? 

Een belangrijke vaardigheid is te ontspannen. Vanuit zelfvertrouwen kan ontspanning komen, en dan komen ideeën binnen. De mate van ontspanning is bepalend voor de kwaliteit van musiceren. Ik ben ontspannen als ik goed beslagen ten ijs kom en goed geoefend heb. Ik denk dat je dan ook beter kunt concentreren. Als je gespannen bent, concentreer je op ‘dat er maar niks fout gaat’. Dat is meer defensief. 
Concentratie is sowieso een ding. Heeft vooral met luisteren te maken. Zonder luisteren is er niks. Focus en concentratie is natuurlijk heel groot. Op je eigen spel, maar ook op het grote geheel. Als je heel geconcentreerd bent op jezelf, dan kun je soms de boot missen. Je moet er op letten dat het niet alleen goed is, maar ook past in het geheel. Steeds de concentratie verschuiven naar wat op dat moment belangrijk is. Een allround focus. 
Dat ga je voelen, wat belangrijk is, waar je je op moet richten. Ik ben me bewust van de omgeving, maar ik kan me goed bij het belangrijke houden. Als dat lukt, lijkt het alsof je voelsprieten ongelooflijk overal heen uitstaan. Dat je iedereen los hoort en los ziet, en tegelijkertijd een soort totaalplaatje hebt. Dat is een belangrijk aspect van flow, dat je alles ziet voor wat het is. 
 

Van zelfvertrouwen naar ontspanning, van ontspanning naar concentratie. Hoe bereik je dat? 

Voor mij is het altijd heel belangrijk dat je je goed voorbereid hebt, je je repertoire goed kent, je functie heel goed snapt in de band. En dat je niet bang bent voor wat je komt doen, dat is belangrijk. 
Hoe stevig je staat in je voorbereiding, bepaalt hoe veel zenuwen je hebt. ‘Waarom zou ik hier iets niet kunnen wat ik thuis wel kan’. Ik train echt op overcapaciteit, technisch. Je weet gewoon: wat er ook gebeurt, ik kan dit spelen. 
Tijdens voorbereiding gaat het om presteren, zodat je het goed genoeg kent voor een optreden. Tijdens een performance zelf moet je er niet te veel aan denken, daar richt je je op het meenemen van het publiek, en je moet juist niet bij elke noot zorgen maken of deze wel goed is. Prestatiedrang werkt in de muziek alleen in de voorbereiding. Tijdens performance zelf werkt dat tegen je. 
Dat je goed gerepeteerd hebt is ook belangrijk in de voorbereiding, lekker los zit. Tijdens het repeteren al visualiseren dat je al aan het optreden bent. Ook al visualiseren waar je bandleden staan en hoe je je ques aangeeft. En visualiseer je maar dat je er een publiek is dat naar je luistert, en belangrijke mensen aanwezig zijn. De live situatie al creëren voor jezelf. 
Je moet ook goed uitgerust zijn. Dat je concentratie de goede richting op kan. Zeker in de geïmproviseerde muziek is het belangrijk dat je het naar je zin hebt. Dan bereik je creatief de mooiste dingen en kun je het publiek er beter bij betrekken. 
 

Oké, een degelijke voorbereiding in de aanloop naar je performance. En vlak voor een performance? 

Dat begint met bijvoorbeeld het opstellen van het instrument. Dat is een soort van ritueel om op het podium te komen en alles in te stellen. Als dat lekker loopt geeft dat vertrouwen. Ik heb daar vast zo mijn eigen ritueeltjes in. 
Vlak voor het optreden vind ik het belangrijkste een soort relaxtheid. Tegenwoordig ben ik wel handig genoeg om dat simpel in te vullen. Hoofd leeg, vingers / stem warm maken, soort van naar binnen keren. Heel rustig worden. 
Dus niet de muziek moet spelen die je dadelijk op het podium moet brengen. Niet nog even snel je partijtje oefenen, want als het dan niet lukt ben je te bang dat het op het podium niet lukt. Een dag van tevoren voor de laatste keer doorspelen en er dan op vertrouwen dat ik het weet. Dat werkt goed. 
Het probleem is dat je niet moet focussen op alleen dat moment, alsof het daar voor jou allemaal van af hangt. En dat is wel soms lastig, omdat je bij sommige dingen echt belangrijk vindt dat het goed gaat. Maar op het moment dat je heel groot gaat maken wat je doet, dan maak je het zo groot, en daar ben jij dan. En dan wordt de angst voor het moment steeds groter. Als je dat voelt, dan ga je angst voelen voor de grootte van wat je aan het doen bent. Het ergste wat je kunt hebben, is dat je de controle verliest doordat je angstig wordt. Je moet het zelf klein maken. Als je het zelf klein en dicht bij huis maakt, dan kan de hele wereld naar je staren. 
Wat vaak voor mij ook een goede gedachtegang is, is dat ik bijvoorbeeld kijk naar wat ik morgen moet doen. Ik kan soms hele triviale dingen aanpakken om mijzelf uit dat realisatie van dat moment proberen te halen. Eigenlijk je zelfbewustzijn naar achteren duwen door te focussen op iets anders. 
 

En dan zit je ‘in het moment’; in de performance zelf. Hoe zit jij daar mentaal in? 

Hoe ik het beste perform en wanneer ik die flow het beste ervaar, is als ik het podium oploop en gewoon in mezelf gekeerd ben. Ik heb even eigenlijk niks te maken met een publiek, niks te maken met een krant, niks te maken met recensies, niets met dat mijn moeder in de zaal zit. Dat is allemaal informatie die niet bruikbaar is. Omdat dat eigenlijk je zelfbewustzijn stimuleert. 
Het is belangrijk om je over te kunnen geven aan wat je gaat doen en erop te vertrouwen dat je dat goed kunt. Meer ervarene mensen staan meer open, laten het gebeuren en krijgen zo meer interactie. Ze hebben wat meer vertrouwen opgebouwd dat het goed genoeg is. Daarin is persoonlijke ontwikkeling van mensen heel erg bepalend. 
Je kunt ook eigenlijk pas lekker musiceren als je je vrij voelt tussen iedereen met wie je samenspeelt. Het is belangrijk dat je je niet laat intimideren door een ander. Want dat is vaak een gevoel van jezelf dat je je laat intimideren door een ander, niet dat de ander dat bewust doet. Het betekent voor mij wel dat je vertrouwen moet hebben in jezelf. 
Is ook iets wat een beetje moet ontstaan, maar dat is je deels niet laten kennen. ‘Dit is waar ik het voor doe, dit is waar ik voor sta, en als ze het niets vinden, bellen ze de volgende keer iemand anders en dan ga ik lekker ergens anders spelen’. Dan lever je voor jezelf een optimale prestatie en ben je niet afgeleid met het bedenken wat iemand van je vindt. 
Een ander belangrijk ding is, dat als je speelt, je veel energie moet geven. Dat is niet hard spelen, maar echt diep in de muziek proberen te duiken en volledig geconcentreerd de muziek op een zo goed mogelijke manier neer te zetten. Als je dat doet, dan zien mensen dat. Dat is een vorm van performance die goed is. Je gaat voor 100%. Als mensen het meekrijgen, dan werkt het. 
 

Jij bent een zeer ervaren performer. Hoe ziet dit plaatje eruit bij studenten in het HBO muziekonderwijs? 

Daar zie je toch dat mensen echt verschillen. Conservatorium studenten. Leren allemaal toonladders, techniek, wat je maar nodig hebt. En uiteindelijk op het podium, dat is zelfvertrouwen. Dat wat ze geleerd hebben kunnen vertalen naar een performance. Dat is belangrijk, dat je kan zeggen wat je te zeggen hebt. Dus die muzikale vaardigheden die je hebt geleerd, zijn niets als je het niet kan vertalen. 
Soms zie ik studenten die super onzeker zijn. Je zegt iets tegen ze en ze slaan helemaal dicht. Maar op het podium zijn ze ineens heel zelfverzekerd. Bij anderen zie je dat ze gevoeliger zijn voor omstandigheden, gevoeliger voor bijvoorbeeld de blik van de mede muzikant. Hebben veel in huis maar slaan dan op het podium dicht. En sommigen kunnen met beperkte middelen juist heel veel vertellen. 
Enerzijds hebben mensen die minder gevoelig zijn voor de psychologische kant minder moeite om op het podium te staan. Ze zijn minder ontvankelijk. Gevoelige mensen zijn vaak veel gevoeliger om die signalen op te pakken. Dat kan storend zijn voor hetgeen wat ze doen. Als zij dat leren versterken, en dat is vaak een groeiproces, dan zie je dat zij vaak weer verder komen, omdat ze in de performance meerdere aspecten met elkaar kunnen verbinden. 
 

Moet er aandacht komen voor de psychologische kant van het performen binnen dit onderwijs? 

Aan één kant denk ik ‘Voor zo’n klein land worden hier veel te veel muzikanten afgeleverd’. Dat is absurd. Niet iedereen die afstudeert als muzikant, kan daarin gaan werken. Je zal dus op één of andere manier de wil moeten hebben om de beste te worden. 
Zeker als student zou je je eigenlijk helemaal scheel moeten oefenen. Iemand die echt wilt is altijd ook bezig om zichzelf te verbeteren. Hij oefent, zoekt goede contacten, gaat erop uit, is goed op social media bezig. Tegenwoordig noemen ze dat ondernemerschap ofzo, dat is een beetje onzin. Dat is gewoon een goede student die alles eromheen erbij doet. 
Dat buiten beschouwing gelaten. Als muziekopleidingen er dan zijn, dan is het goed ook aandacht aan te besteden aan het mentale aspect. Vooral voor degenen die misschien niet zo goed zijn daarin maar wel goed in het spelen, misschien dat die dan lessen moeten kunnen volgen. Ook op aanraden van docent bijvoorbeeld. Ik ben vaker meer psycholoog dan hoofdvakdocent. 
Ik zie daar eigenlijk in het onderwijs weinig van terug, omdat daar vanuit de docenten behoorlijk wat weerstand op is. En het paste ook niet in het gehele conservatorium curriculum. Aan de andere kant zie je dat het bij Dans wel een veel groter aspect is al. Daar zie je eigenlijk dat het mentaal aspect al veel meer onderdeel is van het curriculum dan bij muziek. Ik denk dat in de komende periode, komende 5 jaar, dat bij muziek ook veel sterkere rol gaat vullen en daar docenten ook meer in getraind moeten worden. 
Wat mij betreft had het al veel eerder een rol gespeeld. Alleen ik zag dat het onderwijs daar nog niet aan toe was. Het onderwijs is redelijk conservatief, dus dan zul je zien dat dat uiteindelijk ook zijn rol gaat opeisen. En dan kun je het voor jezelf al vormgeven en het erover hebben, maar dan is het belangrijk dat studenten dat gaan aangeven. Het onderwijs gaan vernieuwen aan de hand van studenten. En dat je ook gaat kijken naar andere manieren van leren. Daar komen deze aspecten natuurlijk ook aan bod. 
 

Welke mentale vaardigheden geef jij zelf mee aan jouw studenten? 

Voorstellingsvermogen. Ik probeer altijd iets voor te stellen (horen) voordat ik het spelen. Of dat van bladmuziek is of geïmproviseerd. Ik wil weten hoe iets klinkt voordat ik het speel. Dat kun je oefenen door akkoordenkennis of dingen van blad zingen, je relatieve gehoor trainen. Nummer met C beginnen, en dan de rest van het nummer opschrijven zonder spelen. Dat soort oefeningen. 
Verschillende soorten concentratie ook. Speel je bijvoorbeeld hiphop / reggae stijl, dan is het voornamelijk grooven. Maar op één moment in het nummer is er een break. Dan weet je dat je continu moet grooven maar dan op dat ene moment moet letten. Dat vereist een heel andere spanningsboog dan bijvoorbeeld bij heel ingewikkelde jazzrock of Bach. Dit complexe zorgt ervoor dat je de hele tijd geconcentreerd bent, maar dat maakt het eigenlijk makkelijk. Elke maat is anders, dus als je in die flow zit van dat stuk, kan er niets fout gaan, je hoeft alleen die noten in te drukken. Dat is makkelijker dan 5 minuten hetzelfde blijven grooven. 
Daarnaast een effectieve mind-set. In heel spannende situaties eigenlijk op jezelf inpraten: “ik wil spelen zoals ik thuis speel, een 7 of een 8 halen, niet beter zijn dan ooit”. Dat is juist een valkuil. Ik ga voor een normaal iets, en als het meezit gaat het beter. 
Bij eindexamenstudenten zeg ik 10 minuten voor ze beginnen “straks ga je het podium op, maar het werk is al gedaan. Je hebt gerepeteerd en de voorbereidingen zijn klaar. Wat je kunt gaan doen is het ontzettend naar je zin hebben. De rest komt vanzelf”. 
Alle mentale vaardigheden die je hebt, en alle skills, moet je onmiddellijk paraat hebben. Muziek maken is een real-time ding. Ik moet bij een solo precies meteen weten wat ik allemaal kan toepassen. Het moet meteen gebeuren. Je moet hoge verwerkingssnelheid hebben om dat meteen te kunnen inzetten. Ik denk dat dat één van de belangrijkste mentale dingen is. 
En blijven luisteren. Op het moment dat je zenuwachtig wordt, ga je denken. Dan ga je over op automatismen en creëer je niks. Dan maak je reproducties van wat thuis was. Als je wel luistert, komen er signalen binnen en daar kun je iets mee doen. Je krijgt ideeën binnen, en daar kun je iets mee doen, dat is intuïtief. Maar als je denken gaat, dan musiceer je niet. Je moet het echt voelen. Eerst voelen wat je doet, net als wanneer je iets belangrijks wilt vertellen je er een gevoel bij hebt.